Vermogensaanwasbelasting: wat het nieuwe Box 3-stelsel doet met beleggers
Vanaf 2028 wil Nederland beleggers belasten via vermogensaanwasbelasting: 36% per jaar over de waardeverandering van je vermogen — inclusief koerswinst die alleen op papier bestaat. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3 aan op 12 februari 2026; de Eerste Kamer behandelt het nu.
Het klinkt technisch, maar het verschil met het alternatief — vermogenswinstbelasting, waarbij je pas betaalt als je echt verkoopt — is voor beleggers groot, vooral op de lange termijn. Deze pagina laat met concrete, narekenbare cijfers zien wat vermogensaanwasbelasting doet, en wie er het hardst door geraakt wordt.
De kern: belasting op winst die je nog niet hebt
Stijgt je beleggingsportefeuille in een jaar van €100.000 naar €110.000? Onder vermogensaanwasbelasting betaal je 36% over die €10.000 waardestijging — ook al heb je niets verkocht en geen euro in handen. Je betaalt belasting over papierwinst.
Dat is het eerste kernpunt. Het tweede: doordat de fiscus elk jaar geld uit je portefeuille haalt, kan dat geld daarna niet meer meegroeien. Over een beleggershorizon van decennia knaagt dat fors aan je samengestelde rendement.
Eén misverstand vooraf, want het doet de ronde: de wet kent wél verliesverrekening. Daalt je portefeuille, dan mag je dat verlies (boven een drempel van €500) verrekenen met winsten in latere jaren — een zogenoemde carry-forward. Wat ontbreekt is verrekening met eerdere jaren (carry-back); het kabinet onderzoekt of dat vanaf 2029 alsnog kan. Onder vermogenswinstbelasting spelen deze problemen niet: je betaalt pas als je daadwerkelijk verkoopt en de winst in handen hebt.
De cijfers: wat het kost over 10 en 30 jaar
We rekenden twee beleggers door, beiden met €100.000 startkapitaal, onder béide stelsels: een rustige ETF-belegger (breed gespreid, ~9% per jaar — net onder het langjarige rendement van de S&P 500) en een actieve belegger (individuele aandelen, volatiel — ~17% per jaar in de eerste tien jaar, afnemend naar ~13% samengesteld over 30 jaar). De grafiek toont het eindkapitaal ná belasting na 30 jaar — de horizon waarop het verschil tussen de twee stelsels het duidelijkst wordt.
Eén aanname is belangrijk voor de eerlijkheid van de vergelijking. Onder vermogenswinst betaal je pas belasting bij verkoop — dus de uitkomst hangt af van hoe vaak je verkoopt. We gaan ervan uit dat de ETF-belegger 30 jaar vasthoudt en pas op het eind afrekent, en dat de actieve belegger elk jaar ongeveer 20% van zijn portefeuille verkoopt om te herbalanceren. Dat past bij wie in individuele aandelen en sectoren belegt: je stuurt periodiek bij, verzilvert winst en stapt in nieuwe posities. Onder vermogensaanwas maakt dit niet uit — daar wordt elk jaar sowieso de volledige waardeverandering belast, of je nu verkoopt of niet.
| Verschil aanwas vs winst | Na 10 jaar | Na 30 jaar |
|---|---|---|
| ETF-belegger (rustig) | €6.520 | €306.327 |
| Actieve belegger (volatiel) | €51.772 | €676.444 |
Over 10 jaar is het verschil bescheiden — zeker voor de rustige indexbelegger (€6.520). Maar over een echte beleggershorizon van 30 jaar loopt het hard op: €306.327 voor de ETF-belegger en €676.444 voor de actieve belegger. Niet door een hoger tarief — dat is 36% in beide stelsels — maar door wanneer je betaalt. Daarover hieronder meer.
De volledige jaartabellen staan in onze volledige analyse van de Wet werkelijk rendement Box 3. Wil je elke berekening kunnen narekenen? Alle aannames, rendementsreeksen en formules staan op de rekenmethode-pagina.
Drie redenen waarom vermogensaanwasbelasting beleggers raakt
1. Je betaalt over geld dat je niet in handen hebt
Een topjaar levert een flinke aanslag op — terwijl je niets verkocht. Die belasting moet ergens vandaan komen: óf je houdt cash apart (geld dat niet belegd is en niet meegroeit), óf je verkoopt aandelen om de fiscus te betalen, juist wanneer je ze wilde houden. Voor een belegger zonder noemenswaardig dividendinkomen is dat elk goed jaar opnieuw een liquiditeitsprobleem.
2. Het compound-effect wordt afgeknepen
Dit is het grootste verschil. Beleggen werkt door rendement op rendement. Onder vermogensaanwas haal je elk jaar geld uit je portefeuille — en dat geld kan daarna niet meer meegroeien. Onder vermogenswinst blijft je hele portefeuille onbelast doorcompounden tot je verkoopt; je rekent pas af op het eind. Over decennia is dat uitstel-voordeel verreweg de belangrijkste reden dat vermogenswinst meer overlaat.
3. Verliezen wel vooruit, niet achteruit
Daalt je portefeuille, dan mag je dat verlies verrekenen met winst in latere jaren — maar niet met een winstjaar ervóór. Stel: je betaalt belasting over een papierwinst, en het jaar daarna zakt de markt in. Je verlies schuift door naar de toekomst, maar de al betaalde belasting krijg je niet terug. En maak je daarna geen winst meer — bijvoorbeeld vlak voordat je stopt met beleggen — dan blijft het verlies onbenut. Die eenrichtingsverrekening is een restje asymmetrie dat vooral volatiele beleggers raakt. Het kabinet onderzoekt of achterwaartse verrekening vanaf 2029 alsnog kan.
Wie wint hier eigenlijk? Belegger én schatkist
Een opvallend punt uit de berekening: vermogensaanwas levert de staat op de lange termijn niet eens méér geld op — eerder minder. Over 30 jaar int de overheid bij de ETF-belegger €242.528 onder vermogensaanwas, tegen €441.611 onder vermogenswinst. De reden: vermogenswinst laat het vermogen eerst groeien en belast daarna een grotere grondslag.
Waarom kiest de overheid dan toch voor vermogensaanwas? Om timing en voorspelbaarheid. Vermogensaanwas levert een gestage, planbare stroom vanaf 2028; vermogenswinst levert een grillige som die pas valt wanneer mensen toevallig verkopen. Het is dus geen “de schatkist heeft het geld nodig”-argument — het is een begrotings-timingvoorkeur.
En de prijs daarvan betaalt de belegger — en eigenlijk de hele economie. Doordat vermogensaanwas elk jaar kapitaal uit de portefeuille trekt, wordt er over de lange termijn simpelweg minder vermogen gevórmd. In het ETF-voorbeeld over 30 jaar: onder vermogenswinst bestaat de volledige bruto-opbrengst van €1.328.499 nog (belegger €886.887 + belasting €441.611). Onder vermogensaanwas is belegger en schatkist samen maar €823.088 — ruim €505.000 aan mogelijke samengestelde groei is nooit ontstaan. Dat is geen geld dat verdwijnt, maar vermogen dat door de vroege belastingheffing nooit wordt opgebouwd.
Wie wordt het hardst geraakt?
Vermogensaanwasbelasting straft volatiliteit en een lange horizon. De rustige indexbelegger merkt over 10 jaar weinig, maar ziet over 30 jaar alsnog een fors gat. En iedereen met een grilliger portefeuille — geconcentreerde posities, een sector-tilt, individuele aandelen — betaalt nog veel meer dan onder vermogenswinst, omdat de jaarlijkse heffing het compound-effect harder afknijpt naarmate de uitschieters groter zijn.
Eerlijk daarbij: de actieve belegger in onze berekening is een uitzonderlijk goede belegger — ~17% per jaar in de eerste tien jaar, afnemend naar ~13% samengesteld over 30 jaar. Ter vergelijking: Warren Buffett haalde over ruim zestig jaar gemiddeld zo’n 19 à 20% per jaar, en zelfs zíjn rendement zakte de laatste decennia. De meeste actieve beleggers halen dit niet en blijven juist achter bij een simpele indextracker. Het punt is niet dat iedereen zulke rendementen haalt — het punt is dat het stelsel juist de kundige, betrokken belegger het hardst raakt, en precies de mensen die hun vermogen actief beheren.
Het debat: waar staat het nu?
Politiek staat het stelsel ter discussie, nog voordat het in werking treedt:
- Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer de wet aan — maar nam dézelfde dag de motie-Vermeer aan (76 van 150 zetels), die het kabinet vraagt om uiterlijk bij Belastingplan 2029 over te stappen op vermogenswinstbelasting.
- De Eerste Kamer behandelt het voorstel nu; er zijn deskundigenbijeenkomsten gehouden. Pas ná stemming in de Eerste Kamer is de wet definitief.
- Een onderzoek van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs vergeleek twaalf landen: geen enkel vergelijkbaar OESO-land gebruikt een algemene vermogensaanwasbelasting in deze vorm.
Met andere woorden: er bestaat een Kamermeerderheid die het stelsel op termijn wil ombouwen, en internationaal staat Nederland met deze aanpak alleen. Het debat is dus nog volop gaande.
Veelgestelde vragen over vermogensaanwasbelasting
Wat is vermogensaanwasbelasting precies?
Vermogensaanwasbelasting belast jaarlijks de volledige waardeverandering van je vermogen, inclusief koerswinst die je nog niet hebt gerealiseerd. In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3 is het tarief 36%, na een heffingvrij resultaat van €1.800 per jaar.
Wanneer gaat vermogensaanwasbelasting in?
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. De Tweede Kamer nam de wet aan op 12 februari 2026; de Eerste Kamer behandelt het voorstel nu. Pas na aanneming door de Eerste Kamer is de wet definitief.
Kun je verliezen verrekenen onder de nieuwe Box 3?
Ja. Het wetsvoorstel kent voorwaartse verliesverrekening: een verlies boven een drempel van €500 mag je verrekenen met box 3-inkomsten in latere jaren (carry-forward). Wat ontbreekt is verrekening met eerdere jaren (carry-back) — het kabinet onderzoekt of dat vanaf 2029 alsnog wordt ingevoerd.
Waarom is vermogensaanwasbelasting nadelig voor beleggers?
Je betaalt belasting over koerswinst die alleen op papier bestaat, ook zonder iets te verkopen — dat kan een liquiditeitsprobleem geven. En doordat je elk jaar geld uit je portefeuille haalt, wordt het compound-effect afgeknepen: dat geld groeit niet meer mee. Verliezen mag je wel vooruit verrekenen met latere jaren, maar niet achteruit. Hoe volatieler je portefeuille en hoe langer je horizon, hoe groter het verschil met vermogenswinst.
Wat is het verschil met vermogenswinstbelasting?
Vermogenswinstbelasting belast alleen winst die je daadwerkelijk realiseert bij verkoop. Ongerealiseerde koerswinst blijft onbelast tot je verkoopt. Vrijwel alle vergelijkbare OESO-landen hanteren vermogenswinst; de aangenomen motie-Vermeer vraagt het kabinet om hier alsnog naar over te stappen.
Moet ik nu al iets doen tegen vermogensaanwasbelasting?
De wet is nog niet definitief en kan tijdens de behandeling in de Eerste Kamer wijzigen. Grote beslissingen nemen op basis van een voorstel dat nog kan veranderen is risicovol. Voor je persoonlijke situatie raadpleeg je een belastingadviseur.
Verder lezen en bronnen
Deze pagina is de korte versie. Wil je de volledige onderbouwing?
- Wet werkelijk rendement Box 3 — de volledige analyse, met alle jaartabellen en het verschil tussen vermogensaanwas en vermogenswinst.
- Rekenmethode & aannames — elke berekening, rendementsreeks en formule, zodat je alles kunt narekenen.
- Beleggen en belasting in Nederland — hoe Box 3 nu werkt onder de overbruggingswet.
Primaire bronnen:
- Rijksoverheid — Plannen werkelijk rendement box 3
- Eerste Kamer — dossier 36.748 Wet werkelijk rendement box 3
- Belastingdienst — Box 3
Op zoek naar een broker? Bekijk onze onafhankelijke vergelijking van Nederlandse brokers — fees, regulering en geschiktheid voor beginners, los van welk Box 3-stelsel er straks komt.
Vergelijk de Nederlandse brokers →Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
De cijfers op een rij: eindkapitaal na 30 jaar
De exacte eindwaarden achter de grafiek hierboven, op een rij — beide beleggers, €100.000 startkapitaal, over 30 jaar. Voor de actieve belegger rekenen we met een afnemend rendement — ~17% in de eerste 10 jaar, daarna ~11% — omdat toprendement in de praktijk vervlakt; samengesteld ongeveer 13% per jaar.
| Belegger (30 jaar, €100.000 start) | Eindwaarde vermogensaanwas | Eindwaarde vermogenswinst | Verschil |
|---|---|---|---|
| ETF-belegger (~9% per jaar) | €580.560 | €886.887 | €306.327 |
| Actieve belegger (~13% per jaar) | €1.163.216 | €1.839.660 | €676.444 |
Voor de actieve belegger is dat €676.444 verschil over 30 jaar. En ook de rustige ETF-belegger ziet een gat van €306.327 — fors, voor wie simpelweg een breed indexfonds aanhoudt. Niet door een hoger tarief (36% in beide stelsels), maar door wanneer je betaalt: vermogensaanwas haalt elk jaar geld uit je portefeuille dat daarna niet meer kan meegroeien. De volledige jaar-voor-jaar-berekening, inclusief alle aannames, staat op de rekenmethode-pagina.
