BELASTING · BOX 3 · ANALYSE

Wet Werkelijk Rendement Box 3: Wat Verandert in 2028 voor Nederlandse Beleggers?

Onafhankelijke analyse · Bijgewerkt 20 mei 2026 · StockTradeMastery Team · 16 min leestijd

36%Voorgesteld tarief over werkelijk rendement
1 jan 2028Beoogde ingangsdatum (mits Eerste Kamer akkoord)
€1.800Heffingvrij resultaat per belastingplichtige
12 landenVergeleken — geen heeft dit systeem

📅 Update 19 mei 2026 — Eerste Kamer-behandeling lopend. De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement Box 3 aan op 12 februari 2026. De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel nu (dossier 36.748). Op 19 mei 2026 hield de commissie Financiën twee deskundigenbijeenkomsten (17:00 en 19:30). Op 26 mei 2026 is de inbreng voor het tweede verslag. Pas ná stemming in de Eerste Kamer is de wet definitief. We updaten deze pagina na elke fase — volg de status via het Eerste Kamer dossier.

Belangrijk vooraf. Dit artikel is een educatieve analyse van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3, geen persoonlijk belastingadvies. We baseren ons op primaire bronnen (Eerste Kamer, Belastingdienst, Rijksoverheid) en updaten deze pagina elk kwartaal en bij belangrijke wetgevingsmijlpalen. Voor je persoonlijke situatie raadpleeg je een belastingadviseur. Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.

TL;DR — de kern in zes punten

  1. De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 de Wet werkelijk rendement Box 3 aangenomen. De Eerste Kamer behandelt het voorstel nu — pas na aanneming is de wet definitief. Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2028.
  2. Het voorstel kiest voor vermogensaanwasbelasting: je betaalt elk jaar 36% over zowel gerealiseerde âls ongerealiseerde waardestijgingen van je beleggingen, na een heffingvrij resultaat van €1.800 per belastingplichtige.
  3. Dezelfde dag dat de Tweede Kamer de wet aannam, stemde zij ook voor de motie-Vermeer (BBB) — die vraagt het kabinet om uiterlijk bij Belastingplan 2029 over te stappen op vermogenswinstbelasting (alleen belasting bij verkoop). Politiek staat het stelsel daarmee nu al ter discussie, ook voordat het in werking treedt.
  4. Voor Nederlandse beleggers is het verschil groot: vermogensaanwas knaagt jaarlijks aan je compound interest, vermogenswinst niet. Internationaal kiest geen enkel vergelijkbaar OESO-land voor de Nederlandse aanpak (onderzoek Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, 2026).
  5. Tot 2028 geldt de overbruggingswet met forfaitair rendement (1,28% banktegoeden · 6,00% beleggingen · 2,70% schulden) en sinds 2024 een tegenbewijsregeling op basis van werkelijk rendement.
  6. Praktisch advies: rustig doorbeleggen, tegenbewijsregeling gebruiken in 2026/2027 als je werkelijk rendement lager is dan forfaitair, en de Eerste Kamer-uitkomst afwachten voordat je grote strategiewijzigingen overweegt.

Hoe Box 3 er nu uitziet (2026 — overbruggingswet)

Tot de Wet werkelijk rendement in werking treedt — als de Eerste Kamer ermee instemt — geldt de overbruggingswet Box 3. Die werkt met forfaitair rendement: de fiscus berekent een fictief jaarlijks rendement per type bezit, en daarover betaal je belasting.

Forfaitaire rendementspercentages 2026

VermogenscategorieFictief rendement 2026Status
Banktegoeden (spaarrekening, betaalrekening)1,28%Voorlopig (definitief begin 2027)
Beleggingen en overige bezittingen (ETF’s, aandelen, vastgoed)6,00%Definitief
Schulden2,70%Voorlopig (definitief begin 2027)

Vrijstellingen en drempels 2026

  • Heffingsvrij vermogen: €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners samen)
  • Groene beleggingen vrijstelling: €26.715 per persoon (€53.430 voor partners)
  • Schuldendrempel: €3.800 per belastingplichtige (€7.600 voor partners)
  • Tarief Box 3: 36% over het berekende rendement

De tegenbewijsregeling sinds 2024

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat de overbruggingswet Box 3 in strijd is met het Europese eigendomsrecht als het forfaitair rendement hoger is dan jouw werkelijk rendement. Sindsdien kun je een tegenbewijsregeling toepassen: laat zien wat je werkelijk rendement was en betaal daarover (mits dat lager is dan het forfaitair).

Vanaf aangifte 2025 (in te dienen in 2026) is de tegenbewijsregeling geïntegreerd in de reguliere belastingaangifte. Voor oudere jaren (2017-2024) gebruik je het apart formulier “Opgaaf werkelijk rendement” via Mijn Belastingdienst. Het werkelijk rendement omvat bij beleggingen dividend, rente en waardeveranderingen — minus de werkelijke kosten.

Vooral relevant in bear-market jaren (zoals 2022 toen veel portefeuilles flink daalden) of als je portfolio onderpresteerde de markt.

Wat verandert er in 2028 als de wet door de Eerste Kamer komt?

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3 (dossier 36.748) vervangt het forfaitair systeem door belasting op je daadwerkelijke jaarlijkse rendement. Maar er zit een belangrijke keuze in: hoe definieer je “rendement”?

De kernkeuze: vermogensaanwas of vermogenswinst?

Er zijn twee manieren om “echt rendement” te belasten:

Vermogensaanwasbelasting Huidige voorstel

Je betaalt elk jaar belasting over de waardeverandering van je vermogen — ook over winsten die je nog niet hebt gerealiseerd. Stijgt je VWRL-portfolio van €50.000 naar €55.000? Dan betaal je belasting over die €5.000, ook als je niets hebt verkocht.

Inclusief: dividend, rente, gerealiseerde verkoopwinst & ongerealiseerde waardestijgingen (papierwinst).

Vermogenswinstbelasting Wat NL beleggers willen

Je betaalt pas belasting bij verkoop. Stijgt je portfolio van €50.000 naar €55.000 maar je houdt vast? Geen belasting. Verkoop je later op €80.000? Dan belasting over €30.000 winst (over de hele periode).

Inclusief: dividend, rente & gerealiseerde verkoopwinst. Niet: ongerealiseerde papierwinst.

Het huidige wetsvoorstel kiest voor vermogensaanwas als hoofdregel, met uitzonderingen voor vastgoed en bepaalde start-up belangen (die vallen onder vermogenswinst — alleen belast bij verkoop). De Tweede Kamer nam op 12 februari 2026 dezelfde dag een motie aan (motie-Vermeer, BBB) die het kabinet vraagt om uiterlijk bij Belastingplan 2029 over te schakelen naar volledige vermogenswinstbelasting. De motie kreeg 76 van 150 zetels — meerderheid, incl. VVD.

Belangrijkste kenmerken van het voorstel

  • Tarief: 36% over werkelijk rendement
  • Heffingvrij resultaat: €1.800 per belastingplichtige — dit is een resultaat-vrijstelling, geen vermogensvrijstelling. In het huidige overbruggingssysteem is €59.357 vermogen vrij; onder de nieuwe wet is alleen het eerste €1.800 rendement onbelast
  • Geen inflatiecorrectie — rendement dat alleen koopkracht behoudt wordt ook belast
  • Brokers leveren data aan de Belastingdienst voor automatische voorinvulling (zoals werkgevers loongegevens leveren)
  • Verliesverrekening: oorspronkelijk 1-jaar terugwaarts in het voorstel, maar deze versie is bij de behandeling geschrapt ivm uitvoeringskosten. Het kabinet onderzoekt of vanaf 2029 alsnog 1-jaar terugwaartse verliesverrekening kan worden ingevoerd (verliezen uit 2028 verrekenen met inkomen 2029). Kostenpost voor de staat: ~€3,3 miljard volgens Financiën

Het verschil in cijfers: €50.000 portfolio over 10 jaar

Laten we beide systemen concreet maken. Stel: je belegt €50.000 in een wereldwijd ETF (VWRL of vergelijkbaar) en houdt 10 jaar vast — de rustige, breed gespreide aanpak. Reëel rendement gemiddeld zo’n 5,5% per jaar, met volatiliteit per jaar.

Scenario: €50.000 startkapitaal, 10 jaar VWRL (buy & hold)

De rendementsreeks is hypothetisch en illustratief. De twee belastingkolommen tonen wat je per jaar afdraagt onder elk stelsel. Let op: de aanwas- en winst-kolom volgen elk hun eigen portefeuillepad — de tabel laat zien wát je in welk jaar betaalt; de netto-eindwaarden staan eronder.

JaarBeginwaardeRendementBruto eindwaardeBelasting vermogensaanwasBelasting vermogenswinst
1€50.000+15%€57.500€2.052€0
2€55.448−10%€49.903€0€0
3€49.903+12%€55.892€1.508€0
4€54.384+8%€58.734€918€0
5€57.816+10%€63.598€1.433€0
6€62.164−15%€52.840€0€0
7€52.840+18%€62.351€2.776€0
8€59.575+7%€63.745€853€0
9€62.892+6%€66.665€710€0
10€65.955+9%€71.891€1.489€12.089
Totaal belasting over 10 jaar€11.740€12.089

Onder vermogensaanwas betaal je elk winstjaar belasting, ook zonder iets te verkopen: €11.740 over 10 jaar, eindwaarde €70.402. Onder vermogenswinst betaal je tussentijds niets — deze ETF-belegger verkoopt pas in jaar 10. De €50.000 compoundt dan onbelast door tot €85.381; bij verkoop betaal je éénmalig 36% over €35.381 winst (na €1.800 vrijstelling) = €12.089. Eindwaarde €73.292.

Verschil: €2.890 over 10 jaar. De belastingbedragen liggen dicht bij elkaar; het verschil ontstaat doordat je onder vermogensaanwas elk jaar geld uit je portefeuille haalt dat daarna niet meer kan meegroeien. Voor de rustige ETF-belegger blijft dat verschil bescheiden. Bij een volatielere portefeuille loopt het fors op — zie het volgende scenario.

Aannames: hypothetische rendementen ter illustratie, heffingvrij resultaat €1.800 per jaar. De wet zoals aangenomen kent géén verliesverrekening — een verliesjaar levert €0 belasting op, maar dat verlies kun je niet verrekenen met een winstjaar. Het kabinet onderzoekt of er vanaf 2029 alsnog een beperkte verliesverrekening komt. Dit voorbeeld toont het patroon, niet exacte cijfers.

En de actieve belegger? Zelfde stelsel, veel groter verschil

Het voorbeeld hierboven is de rustige belegger: een breed gespreide ETF die meebeweegt met de wereldmarkt. Maar hoe groot het verschil tussen vermogensaanwas en vermogenswinst uitpakt, hangt sterk af van hoe volatiel je portefeuille is. Daarom een tweede voorbeeld — het andere uiterste.

Stel: een belegger die geen indexfonds koopt, maar zelf individuele aandelen en sectoren kiest. Sommige jaren schiet de portefeuille +40 tot +60% omhoog, andere jaren zakt hij 12 tot 20% terug. Onder de streep haalt deze belegger een samengesteld rendement van ongeveer 17% per jaar.

Eerst eerlijk: dit is geen doorsnee-belegger. Een samengesteld rendement van 17% per jaar over tien jaar is wereldtop-niveau. Ter vergelijking: Warren Buffett haalde over ruim zestig jaar gemiddeld zo’n 19 à 20% per jaar — en zelfs zíjn rendement is de laatste decennia gezakt richting de 10%. Het overgrote deel van de particuliere stockpickers haalt 17% niet en blijft juist achter bij een simpele wereldwijde indextracker. Maar een kleine groep gedisciplineerde, kundige beleggers zit hier wél — en juist voor hén is dit scenario relevant. Het laat zien hoe de twee belastingstelsels uitpakken zodra je portefeuille grote schommelingen kent. Het is geen aanmoediging om individuele aandelen te kiezen.

Scenario: €50.000, 10 jaar, individuele aandelen

Dezelfde start als hierboven — €50.000 — maar nu met een volatiele rendementsreeks. De aanwas-kolom toont 36% over de waardestijging van elk jaar. De winst-kolom gaat ervan uit dat deze actieve belegger elk jaar 20% van zijn portefeuille verkoopt om te herbalanceren (binnen de 15-25%-bandbreedte die je bij actief beheer ziet) — over die gerealiseerde winst betaalt hij dan vermogenswinstbelasting. De winst-kolom belast niet de koerswinst van dát jaar, maar 20% van de tot dan toe opgebouwde winst — we rekenen met de gemiddelde verkrijgingsprijs, dus de verkochte 20% bevat een mix van posities sinds jaar 0 (grote winst) en later geopende posities (kleine winst). Bij de volledige verkoop in jaar 10 wordt de resterende opgebouwde winst afgerekend.

JaarBeginwaardeRendementBruto eindwaardeBelasting vermogensaanwasBelasting vermogenswinst
1€50.000+48%€74.000€7.992€1.080
2€66.008−18%€54.127€0€0
3€54.127+55%€83.896€10.069€2.008
4€73.827+22%€90.069€5.199€2.768
5€84.870−12%€74.686€0€954
6€74.686+60%€119.497€15.484€4.624
7€104.013+9%€113.374€2.722€4.181
8€110.652−20%€88.522€0€687
9€88.522+44%€127.471€13.374€4.268
10€114.097+18%€134.635€6.746€28.683
Totaal belasting over 10 jaar€61.586€49.252

Onder vermogensaanwas betaalt deze belegger over 10 jaar €61.586 belasting en eindigt op €127.889. Onder vermogenswinst compoundt het grootste deel van de portefeuille onbelast door; alleen de jaarlijks geherbalanceerde 20% wordt belast. Totale belasting: €49.252, eindwaarde €175.327.

Eindkapitaal na 10 jaar — €50.000 startkapitaalNetto na belasting · vermogensaanwas versus vermogenswinst€50k€100k€150kstart €50.000€70.402€73.292€127.889€175.327vermogens-aanwasvermogens-winstvermogens-aanwasvermogens-winstETF-beleggerrustig, ~5,5% per jaarActieve beleggervolatiel, ~17% per jaar

Verschil: €47.438 over 10 jaar. Voor de rustige ETF-belegger was dat verschil €2.890. Voor deze volatiele belegger is het ruim zestien keer zo groot — terwijl het tarief in beide gevallen exact 36% is. En let op: de actieve belegger betaalt onder vermogenswinst zelfs minder totale belasting (€49.252 vs €61.586), omdat hij elk jaar de €1.800-vrijstelling benut. Drie dingen verklaren het verschil.

1. Verlies zonder verrekening — de asymmetrie

Jaar 2, 5 en 8 waren verliesjaren: samen ruim €44.000 aan waardedaling. Onder vermogensaanwas leveren die jaren keurig €0 belasting op. Maar je mag dat verlies niet verrekenen met een topjaar ervoor of erna — de wet zoals aangenomen kent geen verliesverrekening. Resultaat: in het +60%-jaar betaal je over de volle piek, en het verlies van het jaar daarna verdampt fiscaal in het niets. Was er wél verliesverrekening geweest, dan had deze belegger ongeveer €15.900 minder belasting betaald. Hoe groter je uitschieters, hoe harder deze asymmetrie aankomt.

2. Belasting op winst die je niet in handen hebt

Kijk naar jaar 6: de portefeuille springt van €74.686 naar €119.497. Prachtig — maar grotendeels op papier. Toch valt er een aanslag van €15.484 op de mat. Die moet ergens vandaan komen: óf je houdt cash achter de hand (= geld dat niet belegd is), óf je verkoopt extra aandelen om belasting te betalen over koerswinst die je nog niet wilde verzilveren. Voor een belegger zonder noemenswaardig dividendinkomen is dat elk topjaar opnieuw een liquiditeitsprobleem.

3. Het compound-effect dat nooit plaatsvindt

Zonder Box 3-heffing zou deze €50.000 met dezelfde rendementen doorgroeien tot €239.387. Onder vermogenswinst — belasting grotendeels uitgesteld — blijft daar netto €175.327 van over. Onder vermogensaanwas, waar elk jaar een hap uit de portefeuille gaat, slechts €127.889. Het geld dat je jaarlijks afdraagt kan daarna niet meer meegroeien, en bij een rendement van 17% weegt elke vroeg afgedragen euro zwaar.

En over 30 jaar? Het verschil wordt onhoudbaar

Tien jaar laat het patroon zien; over een volledige beleggershorizon van 30 jaar wordt het verschil tussen beide stelsels enorm. Hieronder dezelfde twee beleggers, doorgerekend over 30 jaar met hetzelfde startkapitaal van €50.000.

Voor de actieve belegger rekenen we bewust niet met een vlakke 17%: toprendement vervlakt in de praktijk — zelfs Buffett zag zijn rendement over de decennia dalen. Daarom: ~17% in de eerste 10 jaar, daarna ~11% per jaar. Dat is over 30 jaar een samengesteld rendement van ongeveer 13% — nog altijd uitzonderlijk goed.

Belegger (30 jaar, €50.000 start)Eindwaarde vermogensaanwasEindwaarde vermogenswinstVerschil
ETF-belegger (~5,5% per jaar)€158.990€178.086€19.095
Actieve belegger (~13% per jaar)€525.286€951.593€426.307

Voor de actieve belegger: €426.307 verschil over 30 jaar — bijna een half miljoen euro, puur door de keuze tussen de twee belastingstelsels. Niet door een hoger tarief (36% in beide gevallen), maar doordat vermogensaanwas elk jaar geld uit de portefeuille haalt dat daarna niet meer kan meegroeien. Hoe langer de horizon en hoe hoger het rendement, hoe genadelozer dat compound-verlies.

De kern: vermogensaanwasbelasting straft volatiliteit en rendement. Hoe groter de schommelingen en hoe beter je presteert, hoe meer je verliest aan het belasten van pieken die je nog niet hebt verzilverd — en aan verliezen die fiscaal nergens heen kunnen.

Aannames: hypothetische, illustratieve rendementsreeks (10-jaars: rekenkundig gemiddelde ~21% per jaar, samengesteld ~17%; 30-jaars: ~17% eerste 10 jaar, daarna ~11%, samengesteld ~13%). Vermogenswinst-scenario: de actieve belegger realiseert elk jaar 20% van zijn portefeuille (herbalancering); de ETF-belegger verkoopt pas aan het eind. Heffingvrij resultaat €1.800 per jaar. De wet zoals aangenomen kent geen verliesverrekening; het kabinet onderzoekt invoering vanaf 2029. Dit voorbeeld toont het patroon, niet exacte cijfers — werkelijke uitkomsten verschillen sterk per belegger.

Wil je elke aanname en berekening narekenen? Bekijk de volledige rekenmethode met alle jaartabellen. Een korte, deelbare samenvatting van wat dit voor beleggers betekent staat op vermogensaanwasbelasting.

Waarom Nederlandse beleggers vermogenswinst willen

De voorkeur van Nederlandse retail-beleggers voor vermogenswinstbelasting is geen politiek standpunt — het is gebaseerd op vier praktische argumenten:

1. Compound interest blijft intact

Beleggen werkt door compound interest: rendement op rendement op rendement. Onder vermogenswinst blijft je hele portfolio compounden tot je verkoopt. Onder vermogensaanwas moet je elk jaar een deel afdragen, waardoor je startkapitaal voor volgend jaar lager is en het compound-effect kleiner wordt.

2. Geen liquiditeitsprobleem

Stel: je hebt €100.000 in ETF’s, het stijgt met 20% in jaar 1. Onder vermogensaanwas moet je belasting betalen over €20.000 papierwinst — bij 36% tarief en €1.800 vrijstelling: ongeveer €6.500. Maar je hebt niets verkocht en geen cash. Dus éf je houdt aparte cash achter de hand (= niet investeren), éf je moet ETF’s verkopen om de fiscus te betalen — net wanneer ze het meest waard zijn.

3. Geen belasting op verdwenen winst

Beurzen schommelen. Een 20% winst in jaar 1 kan in jaar 2 helemaal verdampen. Onder vermogensaanwas heb je al belasting betaald over die jaar-1 papierwinst, ook al is hij later weg. Omdat de wet zoals aangenomen geen verliesverrekening kent, krijg je die betaalde belasting niet terug. Onder vermogenswinst betaal je nooit belasting over een winst die je niet hebt gehad.

4. Eenvoudiger en logischer

“Belasten als je echt geld hebt verdiend” is intuïtief eerlijk. Belasten op iets dat alleen op papier staat voelt onrechtvaardig — het is moeilijk uit te leggen dat je belasting moet betalen over geld dat nog van een koersschommeling kan verdwijnen. Bovendien is het ingewikkelder qua administratie: je moet elk jaar waarderen, verliezen verrekenen, bijhouden, etc.

Internationaal: zo doet de rest van de wereld het wel

Een onderzoek van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs vergeleek 12 vergelijkbare landen. De conclusie: geen enkel land gebruikt een algemene vermogensaanwasbelasting in deze vorm. De meeste OESO-landen kiezen voor vermogenswinst — alleen belasten bij realisatie.

LandSystematiek voor aandelen/ETF’sBijzonderheden
DuitslandVermogenswinst — 25% AbgeltungsteuerAlleen bij verkoop, plus solidariteitstoeslag
ZwitserlandGeen capital gains tax voor particulierenWel vermogensbelasting (kantonaal verschillend)
Verenigd KoninkrijkVermogenswinst — 10-20%Annual exempt amount £3.000
VSVermogenswinst — 0/15/20%Kort-/langetermijn onderscheid
BelgiëGeen capital gains voor particulieren (mits “normaal beheer”)Wel meerwaardebelasting op groot vermogen 2026
FrankrijkVermogenswinst (PFU 30%)Schrapte vergelijkbare vermogenstaks in 2018
Nederland (voorstel 2028)Vermogensaanwas — 36%Inclusief ongerealiseerde winsten

De internationale kritiek is hard

Op 29 april 2026 publiceerde Bloomberg een uitgebreid artikel over het Nederlandse Box 3-voorstel. De Amerikaanse financiële persdienst beschreef het als een “fiscale Frankenstein-monster”. Tobi Lütke, CEO van Shopify en bekend tech-investeerder, noemde het wetsvoorstel publiekelijk “het stupidste plan dat enige overheid momenteel doorvoert”.

Frankrijk en Noorwegen geven historische context van wat er kan gebeuren bij dit soort belastingsystemen:

  • Frankrijk schrapte in 2018 de “Impôt de solidarité sur la fortune” (vermogensbelasting). In de jaren daarvoor vertrokken naar schatting 60.000 millionairs uit het land.
  • Noorwegen verhoogde in 2022 de vermogensbelasting modest. Binnen twee jaar verlieten meer dan 500 vermogenden het land — meer dan dubbel het normale niveau.

Dit zijn extreme gevallen die niet 1-op-1 gelden voor NL retail-beleggers, maar laten wel zien dat de internationale kapitaalmarkten reageren op dit soort belastingmaatregelen.

Waarom de overheid vóór vermogensaanwas koos

Eerlijkheidshalve: de overheid had argumenten voor vermogensaanwas. Niet allemaal slecht:

1. Voorspelbaarder voor de begroting

Bij vermogenswinst weet de Belastingdienst niet wanneer mensen verkopen. Inkomsten variëren sterk per jaar. Vermogensaanwas geeft een gestage stroom (elk jaar geld), wat begroting eenvoudiger maakt.

2. Voorkomt “lock-in effect”

Onder vermogenswinst houden mensen winstgevende beleggingen vaak vast om belasting uit te stellen, ook als de fundamenten van die beleggingen verslechteren. Dat heet “lock-in”. Vermogensaanwas voorkomt dit omdat je toch belasting betaalt.

3. Makkelijker uitvoerbaar door brokers

Brokers kunnen elk jaareinde de waardeverandering van bezittingen vastleggen — eenvoudiger dan het bijhouden van een aankoopprijs over 20+ jaar voor vermogenswinstberekening.

4. Eerlijker voor vermogende belastingplichtigen

Iemand met €5 miljoen in ETF’s die nooit verkoopt, zou onder vermogenswinst nooit Box 3-belasting betalen. Onder vermogensaanwas wel. Dat past bij het principe “draagkracht naar vermogen”.

Deze argumenten verklaren waarom de overheid initieel voor vermogensaanwas koos. Maar voor retail-beleggers wegen ze niet op tegen het compound-effect en het liquiditeitsprobleem. Daarom zien we politiek nu een verschuiving terug naar vermogenswinst.

De politieke situatie in mei 2026

Het wetsvoorstel staat in een interessant politiek krachtenveld:

Tweede Kamer (12 februari 2026)

De wet werd aangenomen, maar tegelijk nam de Kamer ook de motie-Vermeer (BBB) aan. Die motie vraagt het kabinet om uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een Box 3-systeem voor te leggen volledig gebaseerd op vermogenswinstbelasting. De motie haalde 76 van 150 zetels — net een meerderheid, met steun van VVD. JA21, ChristenUnie en BBB stemden tegen de wet zelf, maar de wet werd door de meerderheid van de Kamer wel aangenomen.

Het kabinet-Jetten (2026)

Staatssecretaris Financiën Eelco Eerenberg (D66) is verantwoordelijk voor Box 3. In een Kamerbrief van 6 maart 2026 liet hij weten dat het kabinet ervoor kiest om niet het huidige stelsel na 2027 voort te zetten. De Wet werkelijk rendement gaat dus door als het pad. Wel onderzoekt het kabinet of bij Prinsjesdag 2026 aanpassingen mogelijk zijn voor meer draagvlak — bijvoorbeeld een vorm van terugwaartse verliesverrekening vanaf 2029.

Minister Heinen (VVD) zei eerder dat de wet “terug naar de tekentafel” moest. Eerenberg corrigeerde dit op 10 maart 2026: die uitspraak was niet bedoeld als signaal dat het kabinet de wet wil intrekken.

Eerste Kamer (lopend — vandaag 19 mei 2026)

De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel nu. Op 19 mei 2026 hield de commissie Financiën twee deskundigenbijeenkomsten:

  • 17:00 — fiscaal recht en overheid (vijf sprekers, incl. hoogleraren fiscale economie en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs)
  • 19:30 — economische gevolgen, impact op bedrijven en particulieren, uitvoerbaarheid

Op 26 mei 2026 volgt de inbreng voor het tweede verslag. Daarna kan de stemming plaatsvinden — de datum is nog niet bekend. De wet is pas definitief na aanneming door de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan wijzigingen vragen, uitstel adviseren, of in extremis de wet verwerpen.

Lopende rechtszaken VEB

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) voert al sinds 2023 rechtszaken namens beleggers tegen de Box 3-belasting. Het Hoge Raad-arrest van 6 juni 2024 was een van de uitkomsten daarvan. De VEB verwacht een massaal-bezwaarprocedure zodat individuele beleggers niet zelf hoeven procederen. Hun standpunt: vermogensaanwasbelasting op ongerealiseerde winsten is principieel onrechtvaardig en mogelijk in strijd met Europees recht.

Verwacht uitkomst

Op basis van publieke signalen is het meest waarschijnlijke scenario:

  • Mei-zomer 2026: Eerste Kamer-behandeling, mogelijk met technische wijzigingsvoorstellen
  • Prinsjesdag 2026: kabinet kondigt eventuele aanpassingen aan (bv. uitgebreidere verliesverrekening)
  • 2026-2027: huidige overbruggingswet blijft gelden met forfaitair rendement + tegenbewijsregeling
  • 1 januari 2028: Wet werkelijk rendement in werking (vermogensaanwas-basis) — mits Eerste Kamer akkoord
  • 2029-2030 of later: mogelijk overgang naar vermogenswinst conform aangenomen motie-Vermeer

Maar politiek is onvoorspelbaar. De deskundigenbijeenkomst van vandaag, een nieuwe verkiezing, of een wetstechnische complicatie kan dit beeld wijzigen. We updaten deze pagina na elke fase.

Wat moet je nu doen als belegger?

Goed nieuws: vrijwel niets. De situatie is volop in beweging. Eerste Kamer-behandeling loopt, kabinet onderzoekt aanpassingen, en politiek wordt al gewerkt aan een mogelijke overgang naar vermogenswinst. Haastige beslissingen op basis van een wet die nog niet definitief is, is bijna nooit een goed idee.

1. Gewoon doorbeleggen

De fundamenten van langetermijn-beleggen veranderen niet door welke Box 3-variant er komt: gediversifieerd beleggen in brede indexfondsen, lage kosten, en een tijdhorizon van 10+ jaar geeft historisch de beste resultaten. Welk Box 3-systeem er ook komt, een goed gespreid ETF-portfolio blijft een verstandige langetermijn-keuze.

2. Maak gebruik van de tegenbewijsregeling (2026-2027)

Als je werkelijk rendement in 2025 lager is geweest dan het forfaitair rendement (6,00% over beleggingen), kun je in de aangifte 2025 (in te dienen 2026) de tegenbewijsregeling toepassen. In jaren met negatieve rendementen (bear markets) kan dat veel schelen.

3. Houd aankoopprijzen bij

Voor het geval er onder de Wet werkelijk rendement vóór 2028 alsnog overgang naar vermogenswinst komt — of na 2028 zoals de motie vraagt — is je aankoopprijs van iedere positie belangrijk. Brokers houden dit doorgaans bij in hun jaaroverzicht, maar het kan geen kwaad om zelf ook een eenvoudige administratie te voeren (datum, prijs, aantal, fonds).

4. Pas op met éextra storten net voor 1 januari

De peildatum voor Box 3 is 1 januari. Wat op die datum op je rekening staat, wordt belast voor heel dat jaar. Een grote stort op 30 december kan dus duurder uitpakken dan een storting op 2 januari. (Tip geldt onder huidige overbruggingswet; onder Wet werkelijk rendement vanaf 2028 wordt belasting berekend over de hele jaarperiode.)

5. Brokerkeuze blijft belangrijker dan belasting

De grootste impact op je vermogensopbouw komt nog steeds van de juiste broker- en fondskeuze, niet van Box 3-tactiek. Een 0,2% lagere TER over 30 jaar scheelt vaak meer dan welke Box 3-optimalisatie ook. Zie onze vergelijking van Nederlandse brokers en overzicht van ETF’s voor beginners.

Op zoek naar een broker met €0 commissie ETF-spaarplannen? Lees onze volledige Trade Republic review — BaFin-gereguleerd, Nederlandse IBAN sinds juli 2025, €0 commissie op 2.500+ ETF’s.

Lees de Trade Republic review →

Veelgestelde vragen — Wet werkelijk rendement Box 3

Is de Wet werkelijk rendement Box 3 al definitief?

Nee. De Tweede Kamer heeft de wet aangenomen op 12 februari 2026, maar de Eerste Kamer behandelt het voorstel nu. Pas ná stemming en aanneming door de Eerste Kamer is de wet definitief. Op 19 mei 2026 waren er deskundigenbijeenkomsten in de Eerste Kamer; op 26 mei volgt de inbreng voor het tweede verslag.

Wanneer gaat de Wet werkelijk rendement in?

Het kabinet streeft naar invoering per 1 januari 2028. Dit is het uitgangspunt van staatssecretaris Eerenberg (D66) en is bevestigd in een Kamerbrief van 6 maart 2026. Maar de Eerste Kamer moet eerst akkoord gaan. Bij Prinsjesdag 2026 worden eventuele aanpassingen aangekondigd.

Wat is het verschil tussen vermogensaanwas en vermogenswinst?

Vermogensaanwasbelasting belast jaarlijks de waardeverandering van je vermogen, óók als je niets verkocht hebt (over papierwinst). Vermogenswinstbelasting belast alleen bij verkoop — pas als je daadwerkelijk geld verdiend hebt. Het huidige Nederlandse wetsvoorstel gebruikt vermogensaanwas; vrijwel alle andere OESO-landen hanteren vermogenswinst.

Moet ik straks belasting betalen over papierwinst van mijn ETF’s?

Onder de huidige overbruggingswet (2026-2027): nee — alleen forfaitair rendement (6,00% over beleggingen) wordt belast. Onder de Wet werkelijk rendement vanaf 2028 (als die ongewijzigd door de Eerste Kamer komt): ja — je betaalt jaarlijks 36% over de waardestijging, inclusief ongerealiseerde winst, na een heffingvrij resultaat van €1.800. Politiek bestaat een meerderheid om dit ná 2028 om te bouwen naar vermogenswinst.

Hoe werkt de tegenbewijsregeling Box 3?

Sinds een Hoge Raad-arrest op 6 juni 2024 mag je laten zien wat je werkelijk rendement was als dat lager is dan het forfaitair rendement (6,00% bij beleggingen in 2026). Vanaf aangifte 2025 (in te dienen in 2026) is dit geïntegreerd in je reguliere belastingaangifte via Mijn Belastingdienst. Voor jaren 2017-2024 gebruik je het apart formulier “Opgaaf werkelijk rendement”.

Wat zijn de forfaitaire percentages Box 3 in 2026?

Voor 2026 geldt: banktegoeden 1,28% (voorlopig), beleggingen en overige bezittingen 6,00% (definitief), schulden 2,70% (voorlopig). De heffingsvrije voet is €59.357 per persoon. Het tarief is 36% over het berekende rendement. Voorlopige percentages worden begin 2027 definitief vastgesteld.

Wat is het heffingvrij resultaat €1.800 onder de nieuwe wet?

Onder de Wet werkelijk rendement wordt het huidige heffingvrij vermogen (€59.357) vervangen door een heffingvrij resultaat van €1.800 per belastingplichtige. Dat betekent: alleen het eerste €1.800 rendement is onbelast. Het is een resultaat-vrijstelling, geen vermogens-vrijstelling. Voor de meeste beleggers met een gevarieerd vermogen pakt dit anders uit dan onder het huidige systeem.

Moet ik nu al mijn beleggingen verkopen om belasting te vermijden?

Vrijwel nooit. Belastingoptimalisatie zonder economische reden leidt zelden tot betere uitkomsten dan gewoon doorbeleggen. Bovendien is de wet nog niet definitief (Eerste Kamer behandelt nog) en bestaat een politieke meerderheid voor overgang naar vermogenswinst — dan worden ongerealiseerde winsten niet jaarlijks belast. Verkopen op basis van een wet die mogelijk wordt aangepast is risicovol.

Wat als ik niet kan betalen omdat ik alleen papierwinst heb?

Dit is één van de grootste praktische bezwaren tegen vermogensaanwas. Als de wet ongewijzigd ingaat, moet je óf cash apart houden (lager beleggen), óf een deel van je beleggingen verkopen om belasting te betalen (compound effect verstoren). Verliesverrekening is mogelijk maar beperkt. Dit liquiditeitsprobleem is precies waarom de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen om naar vermogenswinst over te stappen.

Maakt het uit of ik een distributing (VWRL) of accumulating (VWCE) ETF heb?

Onder de huidige overbruggingswet maakt het fiscaal niet uit — beide worden belast volgens hetzelfde forfaitair rendement (6,00%). Onder de Wet werkelijk rendement worden ze ook waarschijnlijk gelijk behandeld: bij VWRL (distributing) wordt dividend uitgekeerd en opgenomen in het werkelijk rendement; bij VWCE (accumulating) wordt dividend herbelegd en zit het in de waardestijging. Het economische rendement is gelijk, dus de belasting is gelijk.

Vermogensaanwasbelasting voorkomen door naar BV te gaan?

Sommige beleggers overwegen vermogen onder te brengen in een eigen BV (Box 2). Daar gelden andere regels (verliesverrekening, uitstel van heffing tot uitkering). Máár: een BV oprichten en onderhouden kost al snel €1.000-€3.000 per jaar aan administratiekosten en heeft eigen complicaties. Voor portefeuilles onder ~€500.000 weegt dit zelden op tegen de mogelijke Box 3-besparing — en politiek is er beweging om Box 2-arbitrage tegen te gaan. Niet een DIY-route zonder belastingadvies.

Conclusie — rustig blijven, en de Eerste Kamer afwachten

De Wet werkelijk rendement Box 3 is op dit moment het meest besproken belastingdossier voor Nederlandse beleggers. Vermogensaanwasbelasting — belasting op papierwinst — gaat tegen het compound-principe in dat juist langetermijn-beleggen aantrekkelijk maakt. Daarom hebben Nederlandse beleggers, hun belangenorganisaties (VEB), internationale persdiensten (Bloomberg), de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs én een meerderheid van de Tweede Kamer een duidelijke voorkeur voor vermogenswinstbelasting: pas belasting als je echt geld verdient bij verkoop.

Politiek lijkt het pad: Wet werkelijk rendement gaat door per 2028 (mits Eerste Kamer akkoord), met mogelijk aanpassingen op verliesverrekening. Vermogenswinst op termijn conform de aangenomen motie-Vermeer. Maar de Eerste Kamer-behandeling loopt nog — op 19 mei waren de deskundigenbijeenkomsten. We weten pas zeker hoe het uitpakt zodra de Eerste Kamer stemt.

Voor jou als belegger is het advies daarom: blijf rustig doorbeleggen, maak gebruik van de tegenbewijsregeling als je werkelijk rendement lager is dan het forfaitair, en wacht met grote beslissingen tot de wet definitief is. Een goede broker en een breed gespreid ETF-portfolio blijven de fundamenten — ongeacht welk Box 3-systeem er straks komt.

Wil je de broker vinden die het beste bij jou past? Bekijk onze onafhankelijke vergelijking van Nederlandse brokers — fees, regulering, productaanbod en geschiktheid voor beginners.

Vergelijk de beste NL brokers →

Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.

Disclaimer: StockTradeMastery biedt geen persoonlijk belastingadvies. Deze pagina is een educatieve analyse van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3, gebaseerd op primaire bronnen (Eerste Kamer dossier 36.748, Belastingdienst, Rijksoverheid, Bloomberg, NOB-onderzoek) per mei 2026. Belastingregels en politieke besluitvorming kunnen de inhoud van deze pagina verouderen. Voor je persoonlijke situatie raadpleeg je altijd een belastingadviseur.

Belangrijkste bronnen: Eerste Kamer dossier 36.748 · Belastingdienst Box 3 · Rijksoverheid Werkelijk rendement · VEB Dossier Box 3 · Bloomberg analyse 29 april 2026 · Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB).

Affiliate disclosure: Sommige links op deze pagina zijn affiliate links. Onze ranking en beoordeling worden niet bepaald door commissie. Lees onze methodologie voor details.

Over StockTradeMastery. Onafhankelijk vergelijkingsplatform voor Nederlandse beleggers. We toetsen brokers, ETF’s, beleggingsstrategieën en relevante regelgeving (zoals deze Box 3 hervorming) tegen actuele Belastingdienst-, AFM- en ESMA-richtlijnen. We updaten deze pagina elk kwartaal en bij belangrijke wijzigingen in de wetgeving.

Scroll naar boven