Box 3 in 2027 en 2028: lagere vrijstelling, belasting pas bij verkoop
Box 3 2027 wordt voor veel beleggers een ander verhaal dan Box 3 2026. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een nieuwe route: het heffingsvrij vermogen gaat per 2027 terug naar €30.846 per persoon, en vanaf 2028 betaal je over koerswinst op aandelen, obligaties en opties pas belasting als je verkoopt. Dat laatste heet vermogenswinstbelasting en vervangt voor die beleggingen de omstreden belasting op papierwinst.
Op deze pagina lees je wat er per jaar verandert, wat al vaststaat en wat nog een voorstel is, en wat het concreet betekent voor een beginnende belegger met een ETF-portefeuille. Alles is gebaseerd op primaire bronnen: het Eerste Kamer-dossier 36.748 en de Kamerbrief van 29 september 2026. We werken deze pagina bij na elke politieke mijlpaal.
Box 3 2027 en 2028 in het kort
- 2026 (nu): heffingsvrij vermogen €59.357 per persoon, forfaitair rendement 6,00% op beleggingen, tarief 36%, tegenbewijsregeling als je werkelijk rendement lager is.
- 2027 (voorstel): heffingsvrij vermogen terug naar €30.846, forfait voor beleggingen en overige bezittingen 1,5%-punt hoger. Meer mensen gaan Box 3-belasting betalen.
- 2028 (voorstel): Wet werkelijk rendement gaat in, maar met een novelle: koerswinst op aandelen, obligaties en opties wordt pas belast bij verkoop. Heffingvrij resultaat €1.000.
- 2030 (voorstel): volledige vermogenswinstbelasting voor alle overige vermogensbestanddelen.
- Status: niets hiervan is al wet. De Eerste Kamer moet wet én novelle vóór 31 december 2026 aannemen, anders schuift alles op.
Wil je het hele plaatje van de nieuwe wet? Lees onze volledige analyse van de Wet werkelijk rendement — met rekenvoorbeelden over 10 en 30 jaar.
Naar de analyse van de wet →Wat verandert er in Box 3 2027?
Voor Box 3 2027 blijft het huidige systeem overeind: de overbruggingswet met forfaitaire rendementen en de tegenbewijsregeling. Maar het kabinet wil twee knoppen omzetten om de overstap naar vermogenswinstbelasting te betalen. Beide maatregelen staan in de Kamerbrief van 29 september 2026 en moeten via het Belastingplan door de Tweede en Eerste Kamer.
1. Heffingsvrij vermogen van €59.357 naar €30.846
Het heffingsvrij vermogen is het deel van je vermogen waarover je geen Box 3-belasting betaalt. In 2026 is dat €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners). Het kabinet stelt voor dit per 1 januari 2027 terug te brengen naar €30.846 — het niveau van 2020. Daardoor komen beleggers met een bescheiden portefeuille plus wat spaargeld sneller boven de grens uit.
2. Forfait voor beleggingen 1,5%-punt omhoog
Daarnaast wil het kabinet het forfaitaire rendement op «overige bezittingen» — de categorie waar aandelen, ETF’s, crypto en een tweede woning in vallen — in 2027 met 1,5%-punt verhogen. Het percentage voor 2027 is nog niet vastgesteld; in 2026 is het 6,00%. Het tarief blijft 36%. De tegenbewijsregeling blijft bestaan: is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan betaal je over het werkelijke rendement.
Rekenvoorbeeld: €50.000 in ETF’s, alleenstaand
| 2026 (huidige regels) | 2027 (kabinetsvoorstel) | |
|---|---|---|
| Vermogen op 1 januari (alleen ETF’s) | €50.000 | €50.000 |
| Heffingsvrij vermogen | €59.357 | €30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | €0 | €19.154 |
| Forfaitair rendement beleggingen | 6,00% | stel 7,50% (6,00% + 1,5%-punt)* |
| Belastbaar rendement | €0 | €1.437 |
| Box 3-belasting (36%) | €0 | ± €517 |
*Het forfait voor 2027 wordt pas later vastgesteld; 7,50% is een aanname op basis van het percentage voor 2026 plus de voorgestelde verhoging. Was je werkelijke rendement in 2027 lager, dan kun je de tegenbewijsregeling gebruiken. Voor fiscale partners geldt het dubbele heffingsvrij vermogen.
Dit voorbeeld laat de kern zien: wie in 2026 nog niets betaalde, kan in 2027 een aanslag krijgen — niet omdat het rendement verandert, maar omdat de vrijstelling halveert. Hoe de berekening precies werkt, lees je in onze uitleg van Box 3 voor beleggers.
Hoe werkt belasting pas bij verkoop precies? Van aankoopprijs tot verliesverrekening — stap voor stap uitgelegd, met rekenvoorbeeld.
Lees hoe vermogenswinstbelasting werkt →Wat verandert er in Box 3 in 2028?
Per 1 januari 2028 moet de Wet werkelijk rendement Box 3 ingaan. De Tweede Kamer nam die wet aan op 12 februari 2026. In de aangenomen versie worden aandelen en ETF’s belast via vermogensaanwas: elk jaar 36% over de waardestijging, ook als je niets verkoopt. Daar kwam veel kritiek op, ook in de Eerste Kamer.
Het kabinet draait dat nu om. Via een novelle (een wijzigingswet op de nog niet in werking getreden wet) wordt de vermogenswinstbelasting, die in de wet alleen voor vastgoed en startup-aandelen gold, uitgebreid naar alle financiële instrumenten: aandelen, obligaties, opties en daarmee naar verwachting ook ETF’s. Volgens de Kamerbrief valt daarmee circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in Box 3 onder vermogenswinst. Belasting over koerswinst betaal je dan pas bij verkoop, over het verschil tussen verkoop- en aankoopprijs.
Van vermogensaanwas naar vermogenswinst
Heffingvrij resultaat €1.000 en de stap naar 2030
Twee andere punten uit het voorstel voor 2028:
- Heffingvrij resultaat €1.000 in plaats van de €1.800 uit de aangenomen wet. Dat is een vrijstelling op je rendement, niet op je vermogen: de eerste €1.000 rendement per jaar is onbelast.
- 2030: ook de overige vermogensbestanddelen gaan over naar vermogenswinst, zodat het hele stelsel op één leest is geschoeid.
Hoe vermogenswinstbelasting precies werkt — van aankoopprijs tot verliesverrekening — leggen we uit op onze pagina over vermogenswinstbelasting voor beleggers. Wil je begrijpen waarom het verschil met vermogensaanwas zo groot is? Lees dan wat vermogensaanwasbelasting met beleggers doet.
Wat weten we nóg niet? De tekst van de novelle is nog niet gepubliceerd. Daardoor is nog onbekend: of het tarief van 36% ongewijzigd blijft, welke waarde als startpunt geldt voor beleggingen die je al vóór 2028 had, en hoe kosten en verliezen precies worden verrekend. Het kabinet waarschuwt zelf dat banken in het eerste jaar nog geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.
Nog geen broker? Vergelijk DEGIRO, Trade Republic en eToro op kosten, regulering en geschiktheid voor beginners — feitelijk en met bronvermelding.
Vergelijk brokers in Nederland →Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
Tijdlijn: wanneer wordt wat beslist?
De route naar Box 3 2027 en 2028 is krap. Omdat de Wet werkelijk rendement per 1 januari 2028 moet ingaan, moet de Eerste Kamer vóór het einde van 2026 over wet én novelle hebben gestemd. Dit is de stand van zaken volgens het Eerste Kamer-dossier:
Plenair debat in de Eerste Kamer. Op voorstel van senator Crone wordt de stemming uitgesteld tot de novelle er ligt. Op 7 juli verwerpt de Kamer een motie om de wet in te trekken.
Eerst meldt het kabinet dat er nog geen breed gedragen voorstel is. Twee weken later volgt de keuze: novelle richting vermogenswinst, met dekking uit Box 2 en Box 3.
Mondeling overleg van de Eerste Kamercommissie Financiën met de minister en staatssecretaris over het vervolg.
Indiening van de novelle, spoedadvies van de Raad van State en behandeling in de Tweede Kamer, samen met het Belastingplan 2027.
Stemming in de Eerste Kamer over wet en novelle. Haalt dat niet, dan blijft de overbruggingswet met tegenbewijsregeling langer gelden.
Lager heffingsvrij vermogen (2027), vermogenswinst voor financiële instrumenten (2028), volledige vermogenswinstbelasting (2030) — allemaal voorstel.
Volg de actuele status zelf via het dossier 36.748 van de Eerste Kamer. Wij werken deze pagina na elke stap bij.
Wat betekent Box 3 2027 en 2028 voor jou als beginnende belegger?
De plannen raken beginners op twee manieren: eerder belasting betalen (2027) en een ander moment van belasten (2028). Dit zijn de feitelijke gevolgen, zonder advies over wat jij zou moeten doen.
Kleinere portefeuilles komen eerder in Box 3
Met een vrijstelling van €30.846 betaalt een alleenstaande met bijvoorbeeld €20.000 spaargeld en €15.000 in ETF’s in 2027 voor het eerst Box 3-belasting. In 2026 bleef zo iemand ruim onder de grens.
Koerswinst op ETF’s pas belast bij verkoop
Onder het voorstel voor 2028 groeit je ETF-portefeuille onbelast door zolang je niet verkoopt. Dividend wordt naar verwachting wel jaarlijks belast, zoals de wet dat nu al regelt voor huurinkomsten.
Je aankoopprijs wordt belangrijk
Vermogenswinst wordt berekend als verkoopprijs min aankoopprijs. Brokers tonen dit meestal in je jaaroverzicht, maar het kabinet waarschuwt dat banken in het eerste jaar nog geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.
Niets is definitief
Alle maatregelen zijn voorstellen die nog door beide Kamers moeten. Het kabinet constateerde in september zelf dat de steun in het parlement «zeer uiteen» ligt. Grote beslissingen nemen op basis van een voorstel is risicovol; raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur.
Klaar om te beginnen met beleggen? Bij eToro beleg je in ETF’s zonder aankoopcommissie en kun je fractioneel beleggen vanaf kleine bedragen (wisselkosten kunnen van toepassing zijn). Lees eerst onze eToro review.
Open een eToro-account →51% van de particuliere beleggers verliest geld bij het handelen in CFD’s bij deze aanbieder. Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
Wat verandert er niet?
Bij alle aandacht voor de wijzigingen is het goed om te zien wat hetzelfde blijft. Ten eerste blijft het Box 3-tarief in alle voorstellen 36%. Ten tweede blijft de peildatum 1 januari bepalend voor je vermogen in 2026 en 2027. Ten derde blijft de tegenbewijsregeling bestaan zolang de overbruggingswet geldt: is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan betaal je over het werkelijke rendement. En tot slot: het maakt in geen van de stelsels uit of je een uitkerende of een accumulerende ETF hebt — lees daarover meer in onze gids over de beste ETF’s voor beginners.
Wil je zelf narekenen wat de huidige regels voor jou betekenen? Op onze rekenmethode-pagina staat het volledige rekenmodel.
Beginnen met een ETF-spaarplan? Lees onze review van Trade Republic — BaFin-gereguleerd, Nederlandse IBAN en ETF-spaarplannen zonder orderkosten.
Lees de Trade Republic review →Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
Veelgestelde vragen over Box 3 2027 en 2028
Wat is het heffingsvrij vermogen in Box 3 2027?
Volgens het kabinetsvoorstel van 29 september 2026 wordt het heffingsvrij vermogen in 2027 €30.846 per persoon (€61.692 voor fiscale partners). In 2026 is het €59.357 per persoon. Het voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer.
Betaal ik in 2027 meer Box 3-belasting?
Dat hangt af van je vermogen. Door de lagere vrijstelling en het hogere forfait gaan vooral mensen met een vermogen tussen €30.846 en €59.357 voor het eerst betalen. Wie al boven de oude grens zat, betaalt over een grotere grondslag. Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan kun je de tegenbewijsregeling gebruiken.
Wat verandert er in Box 3 in 2028?
Per 1 januari 2028 moet de Wet werkelijk rendement ingaan. Het kabinet wil via een novelle dat koerswinst op aandelen, obligaties en opties pas bij verkoop wordt belast (vermogenswinstbelasting), met een heffingvrij resultaat van €1.000. Daarvoor moet de Eerste Kamer wet en novelle vóór 31 december 2026 aannemen.
Geldt vermogenswinstbelasting straks ook voor ETF’s?
De Kamerbrief spreekt van «alle financiële instrumenten», met aandelen, obligaties en opties als voorbeelden. ETF’s zijn financiële instrumenten, dus naar verwachting vallen ze eronder. De definitieve afbakening staat in de tekst van de novelle, die nog moet verschijnen.
Is de verlaging van het heffingsvrij vermogen al definitief?
Nee. Het is een voorstel uit de Kamerbrief van 29 september 2026 dat via het Belastingplan door de Tweede en Eerste Kamer moet. Tot die tijd geldt voor 2026 het heffingsvrij vermogen van €59.357.
Wat gebeurt er als de Eerste Kamer de deadline van 31 december 2026 niet haalt?
Dan kan de Wet werkelijk rendement niet per 1 januari 2028 ingaan en blijft de overbruggingswet met forfaitaire rendementen en tegenbewijsregeling langer van kracht. Het kabinet schrijft dat ieder jaar uitstel budgettaire gevolgen heeft, maar noemt geen nieuwe datum.
Bronnen
- Eerste Kamer — dossier 36.748 Wet werkelijk rendement box 3 (stand van zaken, moties, brieven)
- Kamerbrief 29 september 2026 over box 3, koopkracht en sociale zekerheid (EK 37.020 / 36.748, B)
- Belastingdienst — berekening box 3-inkomen 2026 (heffingsvrij vermogen en forfaits)
