BELASTING · BOX 3 · ANALYSE

Wet Werkelijk Rendement Box 3: Wat Verandert in 2028 voor Nederlandse Beleggers?

Onafhankelijke analyse · Bijgewerkt 3 oktober 2026 · StockTradeMastery Team · 9 min leestijd

36%Voorgesteld tarief over werkelijk rendement
1 jan 2028Beoogde ingangsdatum (mits wet én novelle door de Eerste Kamer)
€1.000Voorgesteld heffingvrij resultaat per 2028 (novelle; in de aangenomen wet €1.800)
12 landenVergeleken — geen heeft dit systeem

📅 Update 3 oktober 2026. De Eerste Kamer stelde de stemming over de wet op 30 juni 2026 uit. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een novelle: koerswinst op aandelen, obligaties en opties wordt per 2028 pas bij verkoop belast (vermogenswinst) in plaats van jaarlijks over papierwinst. Als dekking gaat het heffingsvrij vermogen in 2027 naar €30.846 en het heffingvrij resultaat naar €1.000. De Eerste Kamer moet wet én novelle vóór 31 december 2026 aannemen. Niets is definitief. Alle wijzigingen per jaar: Box 3 in 2027 en 2028 · hoe het nieuwe regime werkt: vermogenswinstbelasting uitgelegd.

De Wet werkelijk rendement Box 3 vervangt het forfaitaire Box 3-stelsel door belasting op je echte rendement. De Tweede Kamer nam de wet aan op 12 februari 2026; de beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Op deze pagina lees je hoe de wet werkt, waarom de keuze tussen vermogensaanwas en vermogenswinst voor beleggers zo zwaar weegt, wat het in euro’s scheelt over 10 en 30 jaar, en waar het politieke proces nu staat. Geen advies, wel narekenbare cijfers en primaire bronnen.

Wet werkelijk rendement Box 3 in het kort

  • Wat: belasting over je werkelijke rendement (dividend, rente en waardeverandering) in plaats van een fictief rendement. Tarief 36%, heffingvrij resultaat €1.800 per persoon (kabinetsvoorstel: €1.000).
  • De kernkeuze: de aangenomen wet belast koerswinst jaarlijks, ook ongerealiseerd (vermogensaanwas). Het kabinet wil dat per 2028 voor financiële instrumenten vervangen door belasting bij verkoop (vermogenswinst).
  • Waarom het uitmaakt: bij 36% tarief in beide stelsels houdt een ETF-belegger met €100.000 over 30 jaar onder vermogenswinst zo’n €306.000 meer over dan onder vermogensaanwas — door het compound-effect.
  • Status: Tweede Kamer akkoord, Eerste Kamer wacht op de novelle. Deadline 31 december 2026 voor invoering per 2028.
  • Tot 2028: overbruggingswet met forfaitair rendement (6,00% op beleggingen in 2026) en de tegenbewijsregeling.
Tijdlijn Wet werkelijk rendement Box 3: uitgestelde stemming Eerste Kamer, novelle en invoering 2028
Van de uitgestelde stemming op 30 juni 2026 tot een volledige vermogenswinstbelasting in 2030. Open bolletjes zijn voorstellen.

Liever eerst het nieuwe regime begrijpen? Van aankoopprijs tot verliesverrekening — stap voor stap, met rekenvoorbeeld.

Lees hoe vermogenswinstbelasting werkt →

Hoe Box 3 nu werkt (2026 — overbruggingswet)

Tot de Wet werkelijk rendement ingaat, geldt de overbruggingswet. Die rekent met een fictief rendement per vermogenscategorie; daarover betaal je 36% belasting, na aftrek van het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners). Peildatum is 1 januari.

VermogenscategorieFictief rendement 2026Status
Banktegoeden (spaarrekening, betaalrekening)1,28%Voorlopig (definitief begin 2027)
Beleggingen en overige bezittingen (ETF’s, aandelen, vastgoed)6,00%Definitief
Schulden2,70%Voorlopig (definitief begin 2027)

Sinds het Hoge Raad-arrest van 6 juni 2024 geldt de tegenbewijsregeling: is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan betaal je over het werkelijke rendement. Sinds de aangifte over 2025 zit die regeling in de reguliere aangifte; voor 2017–2024 gebruik je het formulier «Opgaaf werkelijk rendement». Hoe de berekening precies werkt, lees je in onze uitleg van Box 3 voor beleggers. Let op: voor 2027 stelt het kabinet een heffingsvrij vermogen van €30.846 voor en een forfait dat 1,5%-punt hoger ligt — zie Box 3 in 2027 en 2028.

Wat verandert er met de Wet werkelijk rendement?

De wet (dossier 36.748) vervangt het forfait door belasting op je daadwerkelijke jaarlijkse rendement. De belangrijkste keuze daarin is hoe je «rendement» definieert — en precies daarover gaat het politieke gevecht.

De kernkeuze: vermogensaanwas of vermogenswinst?

Vermogensaanwasbelasting Aangenomen wet

Je betaalt elk jaar belasting over de waardeverandering van je vermogen — ook over winsten die je nog niet hebt gerealiseerd. Stijgt je VWRL-portfolio van €100.000 naar €110.000? Dan betaal je belasting over die €10.000, ook als je niets hebt verkocht.

Inclusief: dividend, rente, gerealiseerde verkoopwinst & ongerealiseerde waardestijgingen (papierwinst).

Vermogenswinstbelasting Kabinetsvoorstel 2028

Je betaalt pas belasting bij verkoop. Stijgt je portfolio van €100.000 naar €110.000 maar je houdt vast? Geen belasting. Verkoop je later op €160.000? Dan belasting over €60.000 winst (over de hele periode).

Inclusief: dividend, rente & gerealiseerde verkoopwinst. Niet: ongerealiseerde papierwinst.

De aangenomen wet kiest voor vermogensaanwas als hoofdregel, met vermogenswinst alleen voor vastgoed en startup-belangen. Dezelfde dag nam de Tweede Kamer de motie-Vermeer aan (76 van 150 zetels), die om een overstap naar volledige vermogenswinst vraagt. Het kabinet geeft daar sinds 29 september 2026 versneld invulling aan: via een novelle al per 2028 voor alle financiële instrumenten, in 2030 volledig.

Wet werkelijk rendement Box 3: vermogensaanwas versus vermogenswinst, wanneer je belasting betaalt over koerswinst
Zelfde ETF, zelfde koersstijging, zelfde tarief — een ander moment van belasten.

Belangrijkste kenmerken van de wet

  • Tarief: 36% over werkelijk rendement.
  • Heffingvrij resultaat: €1.800 per belastingplichtige — een vrijstelling op rendement, niet op vermogen (kabinetsvoorstel per 2028: €1.000).
  • Geen inflatiecorrectie: rendement dat alleen je koopkracht op peil houdt, wordt ook belast.
  • Verliesverrekening: voorwaarts, boven een drempel van €500. Verrekening met eerdere jaren (carry-back) zit niet in de wet; het kabinet noemde die in september als mogelijke verbetering.
  • Voorinvulling: banken en brokers moeten gegevens aanleveren, maar het kabinet waarschuwt dat dit in het eerste jaar nog niet lukt.

Het verschil in cijfers: €100.000 over 10 en 30 jaar

Stel, je belegt €100.000 in een wereldwijd indexfonds en houdt het 10 jaar vast, met een hypothetisch rendement van ongeveer 9% per jaar en schommelingen per jaar. De tabel toont wat je per jaar afdraagt onder elk stelsel; beide kolommen volgen hun eigen portefeuillepad.

Scenario 1: rustige ETF-belegger, 10 jaar

JaarBeginwaardeRendementBruto eindwaardeBelasting vermogensaanwasBelasting vermogenswinst
1€100.000+18,5%€118.500€6.012€0
2€112.488−6,5%€105.176€0€0
3€105.176+15,5%€121.479€2.769€0
4€118.710+11,5%€132.362€4.267€0
5€128.095+13,5%€145.388€5.577€0
6€139.810−11,5%€123.732€0€0
7€123.732+21,5%€150.335€3.321€0
8€147.014+10,5%€162.450€4.909€0
9€157.541+9,5%€172.508€4.740€0
10€167.768+12,5%€188.739€6.902€48.688
Totaal belasting over 10 jaar€38.496€48.688

Onder vermogensaanwas betaal je in elk winstjaar, ook zonder te verkopen: €38.496 in 10 jaar, eindwaarde €181.837. Onder vermogenswinst betaal je pas bij verkoop in jaar 10 één keer 36% over de winst: €48.688, eindwaarde €188.357. Verschil: €6.520. Over tien jaar is dat bescheiden, omdat de aanwas-belegger de vrijstelling van €1.800 tien keer benut en de winst-belegger maar één keer.

Scenario 2: actieve belegger, 10 jaar

Hoe groot het verschil wordt, hangt sterk af van hoe volatiel je portefeuille is. Een belegger met individuele aandelen die jaren van +40 tot +60% afwisselt met dalingen van 12 tot 20% (samengesteld ~17% per jaar — wereldtop, geen doorsnee) betaalt over 10 jaar vrijwel evenveel belasting onder beide stelsels: €101.483 tegenover €101.332. Toch eindigt hij onder vermogensaanwas op €291.515 en onder vermogenswinst op €343.287 — €51.772 verschil, acht keer zoveel als de ETF-belegger. Niet omdat het tarief anders is, maar omdat drie dingen samenkomen:

  • Belasting op winst die je niet in handen hebt. In een topjaar valt een aanslag van ruim €25.000 op de mat over koerswinst die alleen op papier bestaat. Die betaal je uit cash die niet belegd is, of door aandelen te verkopen.
  • Het compound-effect dat nooit plaatsvindt. Geld dat jaarlijks naar de fiscus gaat, groeit daarna niet meer mee. Zonder enige Box 3-heffing zou dezelfde portefeuille op €478.774 uitkomen.
  • Verliezen tellen alleen vooruit. Betaal je belasting over papierwinst en zakt de markt het jaar erna, dan krijg je die belasting niet terug; het verlies schuift alleen door naar latere jaren.

Zo zien beide beleggers er na 10 jaar uit, netto na belasting:

Eindkapitaal na 10 jaar — €100.000 startkapitaalNetto na belasting · vermogensaanwas versus vermogenswinst€100k€200k€300k€181.837aanwas€188.357winst€291.515aanwas€343.287winstETF-beleggerrustig, ~9% per jaarActieve beleggervolatiel, ~17% per jaar

En over 30 jaar?

Over een volledige beleggershorizon wordt het gat groot — ook voor de rustige indexbelegger. Voor de actieve belegger rekenen we na het tiende jaar met een afvlakkend rendement (~11% per jaar; samengesteld ~13% over 30 jaar).

Eindkapitaal na 30 jaar — €100.000 startkapitaalNetto na belasting · vermogensaanwas versus vermogenswinst€500k€1m€1.5m€2m€580.560aanwas€886.887winst€1.163.216aanwas€1.839.660winstETF-beleggerrustig, ~9% per jaarActieve belegger~13% per jaar (getrapt)
Belegger (30 jaar, €100.000 start)Eindwaarde vermogensaanwasEindwaarde vermogenswinstVerschil
ETF-belegger (~9% per jaar)€580.560€886.887€306.327
Actieve belegger (~13% per jaar)€1.163.216€1.839.660€676.444

Voor de ETF-belegger groeit het verschil van €6.520 na 10 jaar naar €306.327 na 30 jaar; voor de actieve belegger naar €676.444. Het tarief is in beide gevallen 36%. Het verschil komt volledig doordat vermogensaanwas elk jaar kapitaal uit de portefeuille haalt dat daarna niet meer kan meegroeien. Hieronder zie je dat jaar voor jaar voor de ETF-belegger: vermogen (doorgetrokken) en cumulatief betaalde belasting (gestippeld) onder beide stelsels.

ETF-belegger — vermogensaanwas vs vermogenswinstVermogen en belasting totaal per jaar · €100.000 start · 30 jaarVermogen · vermogenswinst (VWB)Vermogen · vermogensaanwas (VAB)Belasting totaal · VWBBelasting totaal · VAB€250k€500k€750k€1.0m€1.25m051015202530jaar€886.887€580.560€441.611€242.528ETF-belegger · rustig, ~9% per jaar (buy & hold)

En dezelfde grafiek voor de actieve belegger — let op de steeds grotere happen die vermogensaanwas in topjaren uit de portefeuille neemt:

Actieve belegger — vermogensaanwas vs vermogenswinstVermogen en belasting totaal per jaar · €100.000 start · 30 jaarVermogen · vermogenswinst (VWB)Vermogen · vermogensaanwas (VAB)Belasting totaal · VWBBelasting totaal · VAB€400k€800k€1.2m€1.6m€2.0m051015202530jaar€1.839.660€1.163.216€687.252€571.565Actieve belegger · volatiel, ~13% per jaar (getrapt)

Alle rendementsreeksen zijn hypothetisch en illustratief; heffingvrij resultaat €1.800 per jaar, voorwaartse verliesverrekening boven €500. Elke formule en rendementsreeks staat op de rekenmethode-pagina. De korte versie met alleen de kernpunten: wat vermogensaanwasbelasting met beleggers doet.

Klaar om te beginnen met beleggen? Bij eToro beleg je in ETF’s zonder aankoopcommissie en kun je fractioneel beleggen vanaf kleine bedragen (wisselkosten kunnen van toepassing zijn). Lees eerst onze eToro review.

Open een eToro-account →

51% van de particuliere beleggers verliest geld bij het handelen in CFD’s bij deze aanbieder. Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.

Internationaal: zo belasten andere landen koerswinst

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs vergeleek twaalf vergelijkbare landen: geen enkel land gebruikt een algemene vermogensaanwasbelasting in deze vorm. Vrijwel alle OESO-landen belasten koerswinst pas bij realisatie.

LandSystematiek voor aandelen/ETF’sBijzonderheden
DuitslandVermogenswinst — 25% AbgeltungsteuerAlleen bij verkoop, plus solidariteitstoeslag
ZwitserlandGeen capital gains tax voor particulierenWel vermogensbelasting (kantonaal verschillend)
Verenigd KoninkrijkVermogenswinst — 10-20%Annual exempt amount £3.000
VSVermogenswinst — 0/15/20%Kort-/langetermijn onderscheid
BelgiëGeen capital gains voor particulieren (mits “normaal beheer”)Wel meerwaardebelasting op groot vermogen 2026
FrankrijkVermogenswinst (PFU 30%)Schrapte vergelijkbare vermogenstaks in 2018
Nederland (aangenomen wet; kabinet wil per 2028 vermogenswinst)Vermogensaanwas — 36%Inclusief ongerealiseerde winsten

De kritiek was navenant. Bloomberg beschreef het voorstel op 29 april 2026 als een «fiscale Frankenstein»; Shopify-CEO Tobi Lütke noemde het publiekelijk het domste plan dat een overheid momenteel doorvoert. Frankrijk (afschaffing vermogensbelasting in 2018) en Noorwegen (vertrek van ruim 500 vermogenden na een verhoging in 2022) laten zien dat kapitaal reageert op dit soort maatregelen — extreme gevallen, maar wel de context waarin het kabinet in september koos voor «de snelste route naar vermogenswinst».

Waarom de overheid eerst voor vermogensaanwas koos

  • Voorspelbare begroting: jaarlijkse heffing geeft een gestage inkomstenstroom; bij vermogenswinst hangt de opbrengst af van wanneer mensen verkopen.
  • Geen lock-in: onder vermogenswinst stellen beleggers verkoop uit om belasting uit te stellen.
  • Uitvoerbaarheid: een waarde op 1 januari en 31 december is makkelijker aan te leveren dan aankoopprijzen over twintig jaar.
  • Draagkracht: wie nooit verkoopt, zou onder vermogenswinst nooit Box 3-belasting betalen.

Die argumenten verklaren de oorspronkelijke keuze. Ze wogen uiteindelijk niet op tegen het compound-effect, het liquiditeitsprobleem en de brede kritiek — vandaar de koerswijziging van 29 september 2026.

Waar staat de Wet werkelijk rendement nu? (oktober 2026)

  • 12 februari 2026: Tweede Kamer neemt de wet aan (voor: SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, PvdD, CDA, VVD) én de motie-Vermeer voor vermogenswinst.
  • 19 mei 2026: twee deskundigenbijeenkomsten in de Eerste Kamer.
  • 30 juni 2026: plenair debat; op voorstel van senator Crone wordt de stemming uitgesteld tot de novelle er ligt. Op 7 juli verwerpt de Kamer de motie-Schalk om de wet in te trekken.
  • 14 september 2026: kabinet meldt dat er nog geen breed gedragen voorstel is en vraagt de behandeling aan te houden.
  • 29 september 2026: Kamerbrief: novelle richting vermogenswinst per 2028, volledig in 2030; dekking via lager heffingsvrij vermogen (€30.846 in 2027), heffingvrij resultaat €1.000 en Box 2-maatregelen.
  • 5 oktober 2026: mondeling overleg Eerste Kamercommissie Financiën met de bewindspersonen.
  • Vóór 31 december 2026: stemming over wet én novelle, anders geen invoering per 2028.

Daarnaast loopt de rechtsgang van de VEB, die vermogensaanwasbelasting op ongerealiseerde winst principieel onrechtvaardig en mogelijk strijdig met Europees recht acht. Het volledige tijdpad en de gevolgen per jaar staan op Box 3 in 2027 en 2028; de actuele stand vind je in het Eerste Kamer-dossier 36.748.

Wat kun je nu doen als belegger?

Weinig — en dat is geen slecht nieuws. Haastige beslissingen op basis van een wet die nog niet definitief is, pakken zelden goed uit. Wat wél nuttig is, los van de politieke uitkomst:

  • Gewoon doorbeleggen. Breed gespreid, lage kosten, lange horizon — de fundamenten veranderen niet door welk Box 3-stelsel er komt.
  • Gebruik de tegenbewijsregeling over 2025 en 2026 als je werkelijke rendement lager was dan het forfait van 6,00%.
  • Bewaar je aankoopprijzen. Onder vermogenswinst zijn die vanaf 2028 de basis voor de belasting, en banken kunnen ze in het eerste jaar nog niet aanleveren.
  • Let op de peildatum. Onder de overbruggingswet telt wat op 1 januari op je rekening staat voor het hele jaar.
  • Houd het perspectief. Het verschil tussen de stelsels loopt over 30 jaar op tot ruim €300.000 voor een ETF-belegger — maar daar zit geen knop voor jou aan. Kosten en spreiding wel: zie onze brokervergelijking en de beste ETF’s voor beginners.

Beginnen met een ETF-spaarplan? Lees onze review van Trade Republic — BaFin-gereguleerd, Nederlandse IBAN en ETF-spaarplannen zonder orderkosten.

Lees de Trade Republic review →

Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.

Veelgestelde vragen — Wet werkelijk rendement Box 3

Is de Wet werkelijk rendement Box 3 al definitief?

Nee. De Tweede Kamer heeft de wet aangenomen op 12 februari 2026. De Eerste Kamer debatteerde op 30 juni 2026, maar stelde de stemming uit tot de behandeling van een novelle. Op 29 september 2026 kondigde het kabinet die novelle aan: vermogenswinstbelasting voor aandelen, obligaties en opties per 2028. Wet en novelle moeten vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer; pas daarna is het stelsel definitief.

Wanneer gaat de Wet werkelijk rendement in?

Het kabinet streeft naar invoering per 1 januari 2028, inclusief de op 29 september 2026 aangekondigde novelle (vermogenswinst voor financiële instrumenten). Daarvoor moet de Eerste Kamer wet en novelle vóór 31 december 2026 aannemen. Lukt dat niet, dan blijft de overbruggingswet met forfaitair rendement en tegenbewijsregeling langer gelden.

Wat is het verschil tussen vermogensaanwas en vermogenswinst?

Vermogensaanwasbelasting belast jaarlijks de waardeverandering van je vermogen, óók als je niets verkocht hebt (over papierwinst). Vermogenswinstbelasting belast alleen bij verkoop — pas als je daadwerkelijk geld verdiend hebt. Het huidige Nederlandse wetsvoorstel gebruikt vermogensaanwas; vrijwel alle andere OESO-landen hanteren vermogenswinst.

Moet ik straks belasting betalen over papierwinst van mijn ETF’s?

Onder de huidige overbruggingswet (2026-2027): nee — alleen forfaitair rendement (6,00% over beleggingen) wordt belast. Onder de aangenomen wet (ongewijzigd): ja — jaarlijks 36% over de waardestijging, inclusief ongerealiseerde winst, na een heffingvrij resultaat van €1.800. Onder het kabinetsvoorstel van 29 september 2026: nee — de novelle brengt alle financiële instrumenten (aandelen, obligaties, opties en daarmee naar verwachting ook ETF’s) per 2028 onder vermogenswinstbelasting, zodat je pas bij verkoop belasting betaalt. Dat voorstel moet nog door beide Kamers.

Hoe werkt de tegenbewijsregeling Box 3?

Sinds een Hoge Raad-arrest op 6 juni 2024 mag je laten zien wat je werkelijk rendement was als dat lager is dan het forfaitair rendement (6,00% bij beleggingen in 2026). Vanaf aangifte 2025 (in te dienen in 2026) is dit geïntegreerd in je reguliere belastingaangifte via Mijn Belastingdienst. Voor jaren 2017-2024 gebruik je het apart formulier “Opgaaf werkelijk rendement”.

Wat is het heffingvrij resultaat €1.800 onder de nieuwe wet?

Onder de Wet werkelijk rendement wordt het huidige heffingvrij vermogen (€59.357) vervangen door een heffingvrij resultaat van €1.800 per belastingplichtige. Dat betekent: alleen het eerste €1.800 rendement is onbelast. Het is een resultaat-vrijstelling, geen vermogens-vrijstelling. Voor de meeste beleggers met een gevarieerd vermogen pakt dit anders uit dan onder het huidige systeem. In het kabinetsvoorstel van 29 september 2026 wordt dit heffingvrij resultaat verlaagd naar €1.000 per 2028.

Moet ik nu al mijn beleggingen verkopen om belasting te vermijden?

Vrijwel nooit. Belastingoptimalisatie zonder economische reden leidt zelden tot betere uitkomsten dan gewoon doorbeleggen. Bovendien is de wet nog niet definitief (de Eerste Kamer heeft de stemming uitgesteld) en wil het kabinet via een novelle per 2028 overstappen op vermogenswinst voor financiële instrumenten — dan worden ongerealiseerde winsten niet jaarlijks belast. Verkopen op basis van een wet die mogelijk wordt aangepast is risicovol.

Maakt het uit of ik een distributing (VWRL) of accumulating (VWCE) ETF heb?

Onder de huidige overbruggingswet maakt het fiscaal niet uit — beide worden belast volgens hetzelfde forfaitair rendement (6,00%). Onder de Wet werkelijk rendement worden ze ook waarschijnlijk gelijk behandeld: bij VWRL (distributing) wordt dividend uitgekeerd en opgenomen in het werkelijk rendement; bij VWCE (accumulating) wordt dividend herbelegd en zit het in de waardestijging. Het economische rendement is gelijk, dus de belasting is gelijk.

Conclusie — rustig blijven, en de novelle afwachten

De Wet werkelijk rendement Box 3 is het belangrijkste belastingdossier voor Nederlandse beleggers in jaren. De cijfers op deze pagina laten zien waarom de keuze tussen vermogensaanwas en vermogenswinst geen detail is: bij hetzelfde tarief scheelt het een ETF-belegger over 30 jaar ruim drie ton. Sinds 29 september 2026 beweegt de politiek richting vermogenswinst, met een lagere vrijstelling als prijs. Of dat doorgaat, beslist de Eerste Kamer vóór het einde van 2026. Tot die tijd blijven een goede broker en een breed gespreide portefeuille de fundamenten — ongeacht welk stelsel er komt.

Wil je de broker vinden die bij je past? Bekijk onze onafhankelijke vergelijking van Nederlandse brokers — kosten, regulering, productaanbod en geschiktheid voor beginners.

Vergelijk de beste NL brokers →

Beleggen brengt risico’s met zich mee — je kunt (een deel van) je inleg verliezen.

Disclaimer: StockTradeMastery biedt geen persoonlijk belastingadvies. Deze pagina is een educatieve analyse van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3, gebaseerd op primaire bronnen (Eerste Kamer dossier 36.748, Belastingdienst, Rijksoverheid, Bloomberg, NOB-onderzoek) per 3 oktober 2026. Belastingregels en politieke besluitvorming kunnen de inhoud van deze pagina verouderen. Voor je persoonlijke situatie raadpleeg je altijd een belastingadviseur.

Belangrijkste bronnen: Eerste Kamer dossier 36.748 · Belastingdienst Box 3 · Rijksoverheid Werkelijk rendement · VEB Dossier Box 3 · Bloomberg analyse 29 april 2026 · Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB).

Affiliate disclosure: Sommige links op deze pagina zijn affiliate links. Onze ranking en beoordeling worden niet bepaald door commissie. Lees onze methodologie voor details.

Over StockTradeMastery. Onafhankelijk vergelijkingsplatform voor Nederlandse beleggers. We toetsen brokers, ETF’s, beleggingsstrategieën en relevante regelgeving (zoals deze Box 3 hervorming) tegen actuele Belastingdienst-, AFM- en ESMA-richtlijnen. We updaten deze pagina elk kwartaal en bij belangrijke wijzigingen in de wetgeving.

Scroll naar boven